Boek: Nuttig en nodig, Nederlandse kantlopleidingen

Artikelnummer: TW4900 Categorieën: ,

 14,00

Beschrijving

Nederlandse kantopleidingen van 1850 tot 1940

Patricia Wardle

tweetalig: Nederlands en Engels

Hier heb ik over dit boek geblogd.

20 x 20 cm.
softcover
190 pag.
uitg. 1992

“Nuttig en nodig is tegenwoordig niet meer het eerste waaraan we denken als het om kantwerk gaat. Maar begin 1860, toen Alida Renier deze woorden neerschreef, bevond de kantnijverheid zich in een hoogconjunctuur. De door haar geleide school was dan ook opgericht in de hoop althans een stukje van Nederland in die bloei te kunnen laten delen. Voor Alida Renier was dat nog niet alles, want in haar ogen was voor ieder meisje, ongeacht haar maatschappelijke positie, het kantvak ‘nuttig en nodig’.

Hiermee greep zij terug op een oude Noordnederlandse traditie, want hoewel deze contreien nooit een commercieel kantbedrijf hadden gekend op dezelfde schaal als in Zuid Nederland, was sedert het begin van de 17e eeuw toch het kantvak in het noorden niet alleen beoefend om liefdadige instellingen of meisjes uit de werkende stand aan inkomsten te helpen, maar was het ook aan de dochters van de middenstand en de hogere kringen onderwezen. Nadat in de 18e eeuw het maken van kant bij jonge dames al spoedig in onbruik was geraakt, heeft zich wel hier en daar een bescheiden kantnijverheid gehandhaafd, die in hoofdzaak goedkopere soorten produceerde voor de plaatselijke markt.

Tegen 1854, het jaar waarin de kantwerkschool in Sluis werd opgericht, was het kantbedrijf in Nederland vrijwel verdwenen. De school was dan ook een waagstuk, dat door Alida Renier met veel bravoure is gerealiseerd. De kant die hier werd gemaakt verwierf een zekere faam. De school sloot in 1872, en een tijdje zag het ernaar uit dat daarmee de nationale kantgeschiedenis ten einde was. Maar twintig jaar later, toen de kant opnieuw een opleving kreeg, werd opnieuw het plan opgevat om in dit land een kantwerkschool op te zetten. Deze ging in 1902 in Apeldoorn van start. Voor deze nieuwe onderneming werd een beroep gedaan op de vakkennis van de nog levende kantwerksters die in Sluis waren opgeleid. Ook werd het denkbeeld weer opgepakt om niet alleen meisjes die haar brood moesten verdienen onderwijs te bieden, maar ook jonge dames waarmee een nieuwe traditie van dit soort cursussen werd ingeluid.

Sinds de oprichting van de kantwerkschool in Apeldoorn is het kantklossen in Nederland nooit meer helemaal weggeweest. Na de verhuizing naar Den Haag in 1906, waar Mien Nulle als directrice werd aangesteld, brak voor die school een tijd van grote voorspoed aan. Voordat ze in 1918 voorgoed haar deuren sloot, was er een hele generatie docenten opgeleid, die al voor de eerste wereldoorlog in Sluis, ’s Gravenmoer en elders haar beginselen in praktijk heeft gebracht. ”

(overgenomen uit de inleiding)