Bij iemand op bezoek geweest die net de tuinman aan het werk had: ik mocht wat gesnoeide takjes van de Magnolia meenemen.
En bij de supermarkt ‘op bezoek’ geweest: daar lag heel goedkope wol in de aanbieding. Nu ga ik kijken of ik voor iets minder dan 8 euro een truitje kan breien. 69 cent per bolletje, dat is toch leuk?
Maar de hoofdreden van dit blogje is een vraag die ik kreeg na mijn blogje over de truien die ik vorig jaar breide.
Prachtige truien. Gaat u voor de maten van รฉรฉn bepaalde trui uit die u al hebt? Hoe gaat u in grote lijnen te werk, als ik vragen mag? Ik heb grote moeite om uiteindelijk de juiste grootte te bepalen, ook na het breien van proeflapjes. Soms pas ik die proeflapjes dan voor me langs onderaan en bereken dan de hoeveelheid steken. Maar aangezien ik nogal wat buste heb, ben ik dan nog niet zeker of het goed komt Bij voorbaat dank voor uw antwoord.
Ik heb vroeger ook ‘grote moeite’ gehad met het weten hoeveel steken ik moet opzetten en beslissen welk patroon en welke maat ik moet gebruiken.
Maar dat getwijfel en gedoe wil ik nu niet meer. Het gaat bij breien om plezier en om resultaat en niet om stress of ik het wel goed doe. En nu ben ik gewoon een sjoemelaar, die het niet erg vind als er eens iets niet klopt. Ik verzin er altijd wel een oplossing voor en probeer uithalen zoveel mogelijk te beperken.
De wol is bepalend voor hoe ik te werk ga. Dikke wol, grove pennen, dunne wol kleinere pennen. Ik koop soms dure wol op een beurs of in een winkel, en soms goedkope wol van ketens zoals Zeeman.
Vaak brei ik iets waar mijn dochter al de beslissing heeft genomen van “dit patroon bij deze trui.” Soms kochten we dezelfde wol en dan gebruikte ik haar patroon. Soms gebruik ik kooppatronen, soms gratis Drops-patronen, soms brei ik een oude trui na, en soms blader ik door m’n eigen boeken.
Ik hou wel van een beetje goedkoop, dus als ik een partijtje wol voor een habbekrats kan kopen, bijvoorbeeld op een vrijmarkt, dan doe ik dat graag. Maar dan zit ik wel met het probleem dat het soms net niet genoeg is. Dan komt de creatieve uitdaging om bijvoorbeeld de boorden met een afstekende kleur te maken, of verschillende garens te mengen. Deze zomer heb ik flink wat tijd besteed om het juiste garen bij te zoeken voor de trui met de Noorse motieven en dat vond ik ook wel stom, dat het zoveel moeite koste om dat bij te kopen, maar uiteindelijk lukte het en gaf het me voldoening.
Dus hoe doe ik dat nu met deze supermarkt-aanbieding? Eerst kocht ik รฉรฉn bolletje, breide thuis snel een proeflapje, kwam erachter dat het breiwerk het mooist wordt met pen 5 en daarna ging ik naar de website van Drops. Op deze website kun je selecteren of je wilt breien voor dames / zomer / pendikte 5. Dus dat maakt het zoeken een stuk makkelijker. Ik vond iets leuks wat me aansprak, las hoeveel wol daarvoor wordt aanbevolen, ging terug naar de winkel, kocht nog tien bollen (altijd eentje extra want ik ben lang) en nu kon ik beginnen met breien.
Voor lezers die nog niet goed weten wat ’top-down’ breien is: hierbij begin je bij het halsboord, zoals te zien op de foto, meerdert precies volgens het patroon, en na het boord moet je overgaan op grotere pennen en kun je lekker in het rond breien. Deze top-down-patronen zijn ook heel geschikt voor grotere buste-omvang.
Veel breiplezier toegewenst!




