Alle vakkennis van eerdere decennia over het kleermakersvak kwam in de zestiger jaren tot een hoogtepunt in klasse en stijl. Kleermakers beheersten alle kneepjes van het vak en wisten precies hoe de rondingen en de rechte stukken van een lichaam het beste bekleed konden worden. Natuurlijk was er net als altijd een verschil tussen herenconfectie en damesconfectie en bij beide was de kunst om stof precies zo te snijden dat de belijning van het lichaam mooi uitkomt. Maar dan was er ook nog het verschil in maten en de grote variatie: een goede kleermaken moest perfect kunnen ‘maatnemen’ en op grond van die metingen een perfect zittend kledingstuk kunnen maken.
Dat werd allemaal geleerd op de vakopleidingen voor coupeuse en couturier maar een goede kleermaker ontwikkelde zich alsmaar verder. Daarvoor werden in de zestiger ook tijdschriften uitgegeven en als je die openslaat dan ben je verbaasd over het vakmanschap wat van de pagina’s afstraalt. De voorkanten van deze tijdschriften zijn niet zo bijzonder, vaak hebben ze hetzelfde plaatje gebruikt maar de inhoud is des te beter.
Deze Duitse tijdschriften vonden ook hun weg naar Nederlandse couturiers en coupeuses, vooral omdat er een Nederlandse vertaling als bijlage bij werd geleverd. Die bijlage vond ik slechts in een paar van deze nummers; kennelijjk heeft de vorige eigenaar ze eruit gehaald. Evengoed nog waardevolle tijdschriften boordevol patronen en aanwijzingen.




