Henriette maakte haar merklapje in 1887. Ze liet het bij de basis: twee alfabetten, een cijferreeks, haar naam en het jaartal. Dit was de periode dat er veel werd geborduurd met wol en dat was natuurlijk ook prima geschikt voor het maken van zo’n eerste borduur-oefening.
Het lapje van Victorine zou best net zo oud kunnen zijn, gemaakt eind 19e eeuw. Zij koos voor drie alfabetten en toen was het lapje bijna vol en borduurde ze alleen nog de cijferreeks en haar naam. Die had ze van te voren niet helemaal uitgeteld en waarschijnlijk was ze van plan om het bij haar voornaam te laten want daar plaatste ze een punt achter. Toch de achternaam er ook nog maar bij gedaan.
Zo is te zien dat het echte oefenlapjes waren, en dat een meisje ook de vrijheid had om zelf keuzes te maken. Het hoefde niet helemaal precies zoals een voorbeeld. Deze lapjes zien er Frans uit, maar hoe zouden die dan later dan in Nederland terecht zijn gekomen? Ze zijn heel lang in een museum bewaard geweest en nu komen ze weer in een zwerf-circuit. Dat is toch leuk: de lapjes van Henriette en Victorine kunnen weer gezien en gekoesterd worden door merklapliefhebbers. En ze voegen weer wat toe aan het zicht op de grote diversiteit aan merklapjes die er gemaakt zijn. Al in 1887 en nog lang daarna!





