De eerste keer dat ik een waddeneiland bezocht was ik dertien. Ik onderging de sfeer, snuifde de zeelucht in, genoot van het bijzondere eiland-gevoel. Ik had wat geld op zak en liep in m’n eentje wat rond langs de toeristenwinkeltjes op Texel. Als je dertien bent, dan weet je nog niet zo goed wat je wilt, en ook niet wat je wilt kopen. Ik tenminste niet. Ik stond daar voor die etalage en vond alles mooi. En toen zag ik opeens een gehaakt kleedje tussen alle toeristen-spulletjes. Zoiets had ik nog nooit gezien! Ik telde het geld in m’n zak en ineens ging ik naar binnen. Als in een impuls eigenlijk. Ik kwam met het kleine ronde witte kleedje weer naar buiten en bewaarde het m’n hele leven. Het zal nog wel ergens liggen, alleen weet ik op dit moment niet waar.
Bij elke verhuizing kwam ik het weer tegen en dacht ik: “Zal ik het wegdoen? Het is niks mooi eigenlijk.” Het was gewoon 
Ik heb er nu een gewoonte van gemaakt om een paar gehaakte kleedjes mee te nemen naar een Waddeneiland. Hier vind je nog de foto die ik vorig jaar maakte op Schiermonnikoog. Het begon allemaal met dat ene kleedje op Texel. En ook al weet je als tiener nog niet zo goed wat je wilt, toch is het – terugkijkend – soms interessant om te zien dat de intuïtieve keuzes die je maakt wel degelijk verder doorwerken! Hebben jullie ook zulke herinneringen aan tiener-keuzes waar je nog steeds aan vasthoudt?
(Deze kleedjes plaats ik nu in m’n shop. Echte Hollandse oude kleedjes, nìet voor de toeristen-industrie, maar gehaakt door vrouwen die wisten hoe ze mooie dingen moesten maken.)




