In de vorige eeuw was Almelo een belangrijke textielstad, en dat is op diverse plekken nog terug te zien. Wij bezochten het Museum Almelo, waarin toelichting wordt gegeven op de geschiedenis. Boven een foto die groot op de muur was aangebracht. Grote stoomaangedreven machines maakten die hele ontwikkeling mogelijk, en Almelo had een goede ligging aan water- en spoorwegen.
De Twentse huisnijverheid, waarbij boeren hun eigen vlas hadden verbouwd en verwerkt tot linnen, had een basis gelegd voor verdere uitbouw van een grote industrie. Hier kwamen vele bekende fabrieken die het land voorzagen van textiel, zoals firma ten Cate en Palthe. De generatie voor ons, die deze hele ontwikkeling heeft meegemaakt, kende de blijdschap van alles wat er te koop kwam aan mooie stoffen. In de zeventiger jaren werden de meeste fabrieken gesloten, mede door de opkomst van de lagelonenlanden, waar de textiel veel goedkoper kon worden gemaakt.
De fabriek Egger fabricerde gordijnen en vitrages en stond bekend om zijn goede kwaliteit. In een staal in de vitrine herkende ik de vitrage die wij vroeger thuis hadden. En die pons-kaarten, die wil ik ook nog wel eens nader beschouwen….