Archief voor oktober 2018

Archief -

Uit het archief: hieronder worden alle blogs over de periode getoond.

 

’t Is al Beddegoet

De geschiedenis van doorgestikte dekens is boeiend en gaat vèr terug. Anders dan sommigen denken komt quilten niet uit Amerika, maar het is een volledig Nederlandse traditie. An Moonen is expert op het gebied van oude quilts en dekens, en zij heeft veel gedaan om het Nederlandse erfgoed op het gebied van beddegoed te onderzoeken en te beschrijven. Haar eerste boek Quilts, een Nederlandse traditie, was voor mij een boeiende kennismaking met dit onderwerp. Een boek wat ik vele malen doorbladerde en gewoon mooi vond. Dit boek is alleen nog antiquarisch te verkrijgen (ook bij mij weer!). Er kwam een vervolg op dit boek, en dat is ‘t Is al Beddegoet. Dit boek is nog veel mooier vormgegeven en bevat veel informatie. Er staan prachtige foto’s in. Dit boek komt nu ook in m’n shop.

De foto is van een oude doorgestikte deken die ik zelf een tijdje heb gehad. Ik vond hem zò mooi! Maar ik vond het ook fijn dat hij een warm plekje kreeg (en creëerde!) bij iemand anders. Dat is de clou met dat oude Beddegoet: prachtig om naar te kijken, mooi om geïnspireerd te worden, en fijn dat er telkens mensen zijn die dit oude erfgoed waarderen en ervoor zorgen.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Kleine geschiedenis van het breien


De techniek van het breien zou je als volgt kunnen omschrijven: draden met lange naalden of priemen volgens vaste regels zodanig dooreenwerken dat zij een samenhangend geheel vormen.

Deze techniek werd waarschijnlijk voor het eerst toegepast in het Koptische Egypte. Bij de opgravingen van Fostat (later Kaïro) is een fragment gevonden van een met twee naalden fijn gebreid weefsel.
Het breiwerk zoals we dat nu kennen, werd waarschijnlijk ontwikkeld door de Arabieren, en werd ook bekend in het Middellandse-Zeegebied. Door de Moren werd het naar Spanje meegenomen. Arabische handelaren en zeelieden brachten de breikunst naar Frankrijk. Men vermoedt dat matrozen van de Spaanse Armada, die schipbreuk hadden geleden en in Schotland en Ierland aan land kwamen, de kunst van het breien daar introduceerden. Het is opvallend dat sommige traditionele Schotse patronen grote gelijkenis laten zien met de oude Arabische ontwerpen die de Moren in Spanje toepasten.

In de landen van Noord-Europa waar wol werd geproduceerd, ging de bevolking zich toeleggen op het breien met die wol. Italië voerde handel met China en importeerde zijde. Vandaar dat in Italië met zijde werd gebreid. Bekend zijn de Italiaanse zijden kousen, die alleen voor de rijken bestemd waren.

In de Middeleeuwen werd er voornamelijk door mannen gebreid. Het ambacht werd streng gecontroleerd door de gilden en het was zeker geen vrijetijdsbesteding zoals wij nu kennen. Het handwerk dat thuis werd vervaardigd was bestemd voor de eigen familie.
Toen de industriële revolutie kwam, veranderde er veel. Het werd mogelijk om machinaal gebreide kleding te vervaardigen.
Tegen het eind van de 18e eeuw ging men voor het eerst met katoenen garens breien. Voor die tijd was het altijd zo geweest dat de zijden kleding door de rijken werd gedragen, en de grovere wollen kleding door de handwerkslieden. Toen de katoenhandel op gang kwam werd het katoenen breigaren populair voor de middenklasse.
De ontwikkeling van zijden, wollen en katoenen garens bleef doorgaan. Nu wordt onze sociale klasse allang niet meer afgemeten aan de hand van het materiaal waar onze kleding van is gemaakt. En we kunnen te kust en te keur kiezen uit garens! Die keus is met de komst van synthetische vezels en garens van verschillende struktuur en dikte nog eens enorm toegenomen. Dus het is leuk om terug te kijken op onze breiende voorvaderen, en nog leuker om te genieten van onze tijd met de vele keuze-mogelijkheden!

Voor dit blogje is gebruikt gemaakt van de inleiding van één van m’n breiboekjes.
En in m’n shop plaats ik een paar oude Burda’s met overzichten van honderden breisteken. Ongelooflijk, wat er in de loop der eeuwen al is bedacht en gebreid! Wij mogen gewoon aansluiten, bij al die steken en mogelijkheden!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Boeken over crafts en volkskunst, traditie en folklore

De studie van de volkskunde heeft moeten opboksen tegen vooroordelen, als zou het een minderwaardige studie zijn. Maar daar is verandering in gekomen en tegenwoordig (nog meer dan in de tijd dat deze boeken werden geschreven) is veel van wat oud is, ook weer interessant. Deze boeken gaan over de folklore en gewoonten van onze cultuur. Ook de cultuur in Amerika, The Folk Arts and Crafts of New England. Veel van wat de immigranten meenamen aan kennis en voorwerpen en ambachten kwam uit de oude wereld, en vond daar ingang. Beide boeken zijn een interessante bron van informatie en een verzameling van alles wat niet vergeten moet worden over vroeger.

Deze boeken vind ik interessant voor mijn shop, omdat ze het ‘handwerk’ in brede zin plaatsen binnen de context van de héle cultuur. Het Nederlandse boek over Onze Volkskunst begint met een foto van een merklap uit de 18e eeuw, en daarom legde ik als ondergrond ook maar een oude merklap onder deze boeken. Het is illustratief voor de gedachte dat handwerk niet zomaar op zichzelf staat, maar dat het is ingebed in een hele cultuur van eten en drinken, geloof en bijgeloof, wonen en vervoer, spel en dans, klederdrachten en woontextiel. Boeiende boeken, met veel achtergrondinformatie.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Uitgaven van het Nederlands Openluchtmuseum

Kijken achter oude deuren en ramen: al vele jaren biedt het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem die mogelijkheid. Het Openluchtmuseum is een groot terrein waarop verschillende karakteristieke gebouwen die elders in het land moesten verdwijnen, opnieuw zijn opgebouwd. In deze gebouwen laten vrijwilligers in kenmerkende oude kleding zien hoe het er vroeger aan toe ging, ze maken praatjes met bezoekers en houden de oude ambachten in ere.

In de zeventiger en tachtiger jaren werden ook enkele grote tentoonstellingen gehouden die veel voorbereiding vroegen en die een prachtig beeld gaven van Nederlands erfgoed op het gebied van kleding, gewoonten en ambachten. Naar aanleiding van deze tentoonstellingen werden ook boeken uitgegeven, en deze zijn bijzonder goed gedocumenteerd en geïllustreerd.
Acht van deze uitgaven plaats ik in mijn shop.

Onder de dekens, tussen de lakens: een waardevolle studie naar het interieurtextiel, voornamelijk beddegoed. Dit exemplaar wat ik nu in mijn shop plaats is gesigneerd door mw. Meulenbelt! Zij heeft als één van de eersten zich eerst jarenlang beziggehouden met het documenteren van merklappen (wat resulteerde in de publicatie Merklapmotieven en hun symboliek). Daarna heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan het bestuderen van interieurtextiel. Deze publicatie is een kleurige bijdrage aan het totaalbeeld van de geschiedenis van het dagelijks leven in Nederland.
Schaatsen en schaatsenmakers in de 19e en 20e eeuw: Hoewel Nederlanders nogal gek doen als het op schaatswedstrijden aankomt, was er vóór dit boek nog maar weinig gepubliceerd over schaatsen. Een interessant overzicht over de ontwikkeling van de Nederlandse schaats.
Van hoofdbrekens en kopzorgen: Over de grote diversiteit van mutsen, sieraden en kleding.
Wie ’t breed heeft, laat ’t breed hangen: Over streeksieraden.

Een oud-Walcherse boerderij, en hoe het daar vroeger aan toeging, hoe het leven daar was, welke gewoonten er waren etcetera.
Kinderen vieren feest: Gewoonten en tradities rond Palmpasen, Pinsteren, Sacramentszondag, Koninginnedag, Intocht van Sinterklaas, Oudejaarsavond. En nog wat gebruiken, zoals de verjaardag van een onderwijzeres, koekvergulden, een kraamvisite.
Niet op z’n zondags: Daagse kleding, werkkleding en beroepskleding binnen de klederdrachten.
Tienmaal brood: Een onderzoek naar de geschiedenis van de broodbakkerij. Dit boekje brengt goede herinneringen bij mij naar boven, aan de eerste keer dat ik met mijn vriend (nu mijn man) een dagje uitging. We waren nog jong, gingen naar het Openluchtmuseum. Dáár was alles oud, maar samen een dagje uit was nieuw! En het rook zo héérlijk naar versgebakken brood! We mochten een broodje proeven en dat is me altijd bijgebleven…..

In elk van deze delen (er zijn er nog een paar, en die vind ik vast ook nog wel eens), staan veel informatieve en illustratieve oude foto’s, die een beeld geven van de tijd die nog niet zo ver achter ons ligt, en die het zo waard is om kennis van te nemen. Een kijkje achter deuren en ramen, van het leven vroeger!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Geborduurde schepen

“Zò varen de schepen voorbij!” eindigt een kinderliedje.

Tussen kast-en-deur, dat smalle reepje muur waar zo mooi een schellekoord op past, hangt bij mij (tijdelijk!) een lange band met geborduurde schepen. Een schellekoord zonder duidelijke functie of noodzaak. Alleen een herinnering uit het verleden, die in de maand van de geschiedenis voorbij zeilt.

Zò voeren de schepen vroeger voorbij: Fregatten en Barken, Schoeners en Klippers. Zeilschepen waarmee oorlog werd gevoerd en handel werd gedreven.

‘Zò’ vliegen nu ook onze dagen voorbij!

Lees reactie (1) of geef een reactie

Geschiedenis van Nederlandse kantopleidingen

“Nuttig en nodig”: dan denken we tegenwoordig niet meer als eerste aan kantklossen. Tegenwoordig is kantklossen een hobby, maar vroeger was de kant-kunstnijverheid onderdeel van een hoogconjunctuur en daardoor was een eigen opleiding nuttig en nodig. De eerste kantwerkschool kwam in 1854 in Sluis (Zeeland), en het was de hoop en verwachting dat Nederland zou kunnen delen in de bloei, door de vraag naar kant.
In 1902 was er een wereldtentoonstelling in Turijn die zich richtte op kunst en vormgeving en die gaf de aanzet tot verdere impulsen. O.a. Abraham Kuyper was op die tentoonstelling en nog wat heren, en die besloten om Agathe Wegerif te vragen een kantwerkschool op te richten voor het noordelijk deel van Nederland. Mw. Wegerif ging eerst in Sluis kijken hoe het daar toeging, en daarna werd besloten dat het haalbaar was. Ze had al een batikatelier en de kantwerkschool kon er wel naast. Na twee jaar nam de getalenteerde Mien Nulle de school over. Maar er werd ingezien dat de school in Apeldoorn onvoldoende kon groeien, en daarna verhuisde deze in 1906 naar Den Haag. Daar steeg het aanzien van de school en ontving het predikaat ‘koninklijk’. Overigens was de koningin en Apeldoorn al eens wezen kijken in de kantwerkschool daar en dat had toen in de krant gestaan, en tegenwoordig kun je oude kranten op internet inzien.

Maar wat veel lastiger te vinden was, was het adres waar die kantwerkschool nou eigenlijk was gevestigd. Ik woon in Apeldoorn, en ik was nu eigenlijk wel nieuwsgierig. De geschiedenis van de kantscholen in Nederland is goed gedocumenteerd, o.a. in dit boek Nederlandse kantopleidingen 1850 – 1940. Maar het adres had ik nog steeds niet gevonden. Ik zou het leuk hebben gevonden om aan alle informatie een foto aan toe te voegen van het oude gebouw waar de school aan het begin van de vorige eeuw was gehuisvest. Na wat zoeken vond ik het adres: het was in de Rosariumstraat, hoek Kalverstraat. Ik wist dat ik daar nu niks meer zou kunnen vinden. Gewoon een saaie stadsvernieuwing zoals er in zoveel steden oude huizen zijn geruimd en nieuwe zijn gebouwd. Toch nam ik vandaag het boek mee om daar te fotograferen, want ik had het al zò lang in m’n hoofd gehad. Op de hoek van de Rosariumstraat legde ik dus mijn boek neer voor een foto. Hier liepen ruim honderd jaar geleden de meisjes naar de deur die hun toegang gaf tot een creatieve dag achter de kantklossen.

Na die korte Apeldoornse tijd verhuisde de school dus naar Den Haag en bloeide daar op. Het niveau was hoog, er werd Nieuwe Hollandse Kant gemaakt (o.a. met geometrische vormen) en er kwamen veel bestellingen. Maar de school overleefde de Eerste Wereldoorlog niet.
Interessant om te weten dat er ook in Nederland krachtige vrouwen zijn geweest (o.a. ook Ellis Rogge) die het kantwerk hebben bevorderd en het hebben mogelijk gemaakt dat het vak werd opgenomen in de Rijksschool. Er is veel kunstzinnigheid en deskundigheid geweest. Het mooie en goed gedocumenteerde boek plaats ik in m’n shop. Wie nu hobbymatig bezig is met kantklossen, weet dat het vroeger een officieel vak was, met de potentie om verder uit te groeien. En wie zich verheugt over kant in de mode, weet dat die aandacht er honderd jaar geleden ook al was.

Lees reacties (3) of geef een reactie

Oude haakpatronen


Oude proeflapjes om te leren haken werden vroeger in een schrift bewaard.
En als je dan het haken had geleerd, dan was de volgende stap het haken van allerlei versieringen voor het huis:
Dressoirlooper, theemutsovertrek, damestasch, schoorsteenlooper, stoelkussen, tafelkleedje, boekomslag of serretafelkleedje.
In de Libelle-reeks verscheen als 32e deeltje het boekje Haakpatronen, door Riek Heusinkveld. Nu een verzamelaars-item: haakpatronen in art-deco-stijl!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Herfst in voorjaarskleuren

Salontafelimpressie.
Aan de cyclamen en het schaaltje sierappeltjes is te zien dat het herfst is, aan de rest niet. Achterkanten van oude tijdschriften Handwerken zonder Grenzen, er lag hier nog een stapeltje. En even een kussentje erbij gepakt.
Fijne zondag!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Loempia op de schans

Een heel oud weggetje, vlak naast een restaurant waar je ook wat kunt ‘afhalen’. Het is eindelijk gelukt met de loempia!
Op de bovenste foto zie je rechts een liggend streepje, dat is het bankje waarop ik kon zitten, met uitzicht over het rivierlandschap.
Zo smaakte die snack nog beter.

Lees reacties (2) of geef een reactie

Nederlands borduurwerk uit de zeventiende eeuw

Professioneel borduren was vroeger een ambacht dat vrijwel uitsluitend door mannen werd beoefend. Zij waren verenigd in eigen gilden, of vonden aansluiting bij het kunstenaars-gilde. Daarmee was het ook een beschermd ambacht, en de borduurwerkers genoten aanzien. Het borduurwerk was in de zeventiende eeuw een belangrijk statussymbool, zelfs nog meer dan kant. Het werd toegepast op kleding en accessoires (ook schoenen), en in interieurs van woonhuizen en openbare gebouwen. Daarbij is te denken aan bedbehangsels, kleden, stoelbekledingen, haardschermen, kussens, buidels, tassen, en zelfs wandbehang. Het borduurwerk was duur, vanwege de gebruikte materialen zoals gouddraad en parels, en ook vanwege het arbeidsintensieve werk.
Verder waren ook de overheid en de Roomskatholieke kerk opdrachtgevers voor borduurwerken. Geborduurde wapens van de stad werden op kussens, stoelen en vlaggen aangebracht, terwijl de kerk vooral liturgische kleding en andere voorwerpen van textiel van borduurwerk liet voorzien.

Het borduren gebeurde meestal volgens patronen naar voorbeelden van tekeningen en prenten. Met houtskool of krijt werd de tekening overgebracht op de stof. Er werd natuurlijk niet alleen geborduurd volgens bestaande patronen: de borduurwerker ontwierp ze ook zelf. Hij toonde daarbij zijn creativiteit, maar het was niet gebruikelijk om z’n handtekening achter te laten.

In 1987 was er een tentoonstelling van 17e eeuwse borduurwerken, en verscheen ook het boek  …op de Raempte of mette Brodse…., een studie naar Nederlands borduurwerk uit de zeventiende eeuw. De titel van dit boek komt uit één van de gilderegels: niemand mocht zich vervorderen met het borduurraam (raempte) of met de houten klos waarom de goud of zilverdraad was gewikkeld (de brodse), als niet het gildegeld was voldaan. Het boek (wat ik nu ook in m’n shop plaats) is een interessante studie naar ruim veertig schitterende en zeldzame borduurwerken van Nederlandse ambachtslieden.

De bovenste foto van een haardscherm is gemaakt op paleis het Loo (één dat voordat het museum voor lange tijd werd gesloten). En ik zocht nog een foto voor bij dit blogje, maar zò simpel is het niet om foto’s van 17e eeuwse borduurwerken in je archief te hebben. Dan maar een borduurwerk uit de 18e eeuw, ietsje later, maar het past er goed bij. Het is een rijk geborduurd babyjakje voor de latere Koning Willem I. In een korte tijdelijke tentoonstelling in een bibliotheek werd dit een keer tentoongesteld. Er is geborduurd op zijde en de bloemen zijn typerend voor de borduurkunst uit die tijd.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Zakdoekhoesje met glans

Na maandenlang mooi weer zou ik toch voldoende weerstand moeten hebben. Maar toen werd het herfst en kwam er een weersomslag. En nu ben ik verkouden. Er zijn gelukkig vele manieren om mezelf weer op te peppen en het gebruik van een mooi zakdoekhoesje is daar één van. Gewoon leuk om de zakdoekjes in zo’n gehaakt tasje te hebben. Ik laat het zien als ideetje, voor wie nog een restje katoen heeft liggen. Dit exemplaar kreeg ik van een bloglezeres en vooral de afwerking met gouddraad vind ik grappig. Zit ik nota bene in de maand van de geschiedenis allerlei blogjes te schrijven over het gebruik van ècht gouddraad in vroeger eeuwen. En dan is het zò makkelijk om in onze tijd ook dat gevoel van luxe te creëren, weliswaar met namaak-goud, maar voor de glans maakt het niet uit.

Een leuk zakdoekhoesje geeft dus ‘glans’ aan je verkoudheid!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Bloemen en vruchten borduren in petit point

Mooi borduurwerk was vroeger niet alleen onderdeel van het interieur, maar werd ook onderdeel van het meubilair doordat het ìn tafeltjes werd aangebracht. Een fraai voorbeeld van zo’n tafeltje zag ik in een kasteel Marburg, waar ik vorig jaar een kijkje nam. Voor tafeltjes of dienbladen waarin borduurwerk werd ingelijst werd extra mooi hout gebruikt en dan was zo’n ornament een persoonlijke toevoeging aan een stijlvolle inrichting. Dit gebeurde vooral in de 19e eeuw, waarin de borduurkunst beschouwd werd als de hoogste expressievorm van het vrouwelijke ideaal: geduld, handigheid, volharding en fantasie. Vrouwen in die tijd hadden toegang tot schitterende patronen met weelderige bloemen en vruchten, die kunstig door elkaar heen werden gestrengeld in aansprekende kleuren. Het was een tijd van poëzie, elegantie, verfijning en weelde, en daarin hoorde ook de kunstzinnigheid van vrouwen die met naald en draad mooie dingen maakten.

Deze foto’s zocht ik op om een fraai boek aan te bevelen, echt een cadeautje voor wie van borduren houdt en graag iets moois wil aanschaffen. In het boek Bloemen en vruchten borduren in petit-point staan veel patronen om zelf ook zulke weelderige taferelen te borduren. Een aantrekkelijk boek, met vrolijke impressies en heldere lichtschakeringen van aloude bloemontwerpen uit de rijke borduurtraditie.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Het kostuum door de eeuwen heen

Het Kostuum door de eeuwen heen” is een interessant overzicht van de hele kledinggeschiedenis. De wisselende modebeelden vragen om een uitleg waarom bepaalde modestijlen juist in specifieke regio’s tot ontwikkeling kwamen. Vaak hingen de mode-stijlen samen met de verschillende bouwstijlen in een cultuur. Aan de hand van opgravingen en afbeeldingen is heel veel bekend geworden over de geschiedenis van kleding en accessoires en dit boek geeft daar een duidelijk beeld van. De tekeningen zijn aantrekkelijk en tonen vele details. Kleding heeft altijd heel veel gezegd over de drager èn over de tijd waarin die dracht of mode gebruikelijk was. Dit boek vind ik zelf het leukste boek wat ik op dit gebied ben tegengekomen.

Laat wat van je horen en geef een reactie

(Hele) korte geschiedenis van het bandweven

Bandweven heeft in Nederland nauwelijks een traditie, maar het staat nu weer volop in de belangstelling. Eén van de eerste boekjes die ik in mijn shop plaatste ging over bandweven, en het werd gelijk besteld. En daarna wordt ieder exemplaar wat ik vind eveneens gelijk weer besteld. Een teken dat het nu in de aandacht is.
Wanneer we boeken over oude streekdrachten bekijken, dan zien we een rijkdom aan borduurwerk, kant en sieraden. Maar weinig of geen bandweefwerk. Dat is in andere landen heel anders. De oude techniek van het bandweven werd volop beoefend in Skandinavië (vooral Lapland), Zuid- en Oost-Europa (Balkan), het Midden-Oosten, en Latijns-Amerika (vooral Peru en Bolivia). Er zijn banden bekend die al eeuwen oud zijn, en die bij opgravingen tevoorschijn zijn gekomen. Voor bandweven is maar weinig materiaal nodig en daarom kon deze techniek in zoveel culturen tot bloei komen. De banden werden gebruikt voor hangmatten, voor draagtassen, en voor kleding en de verfraaiing daarvan. De kleurrijke banden passen binnen de folklore en traditie van vele culturen. Soms om ermee te dansen, en soms om er de doden mee te omwikkelen.

Het boekje wat misschien wel als eerste in Nederland verscheen over bandweven komt uit 1973. In het voorwoord vraagt de auteur zich af waarom nu deze Nederlandse uitgave? Ze geeft zelf het antwoord: “De kreativiteit thuis gaat een steeds grotere plaats innemen in onze vrijetijdsbesteding. Het geeft een rustpunt in het tempo van de hedendaagse tijd. Een grote aantrekkingskracht heeft het handweven, waarvan het bandweven een onderdeel is.” Had dus ook in 2018 geschreven kunnen zijn.

Extra aantrekkelijk voor het bandweven als hobby is dat je geen groot weefgetouw nodig hebt. De weinige hulpmiddelen kunnen makkelijk gehanteerd worden, ook door mensen die bijvoorbeeld door handicap of ziekte zich niet makkelijk kunnen bewegen. Je hebt er een weefraampje van hout of plastik voor nodig, met ongeveer 40 gaatjes en gleufjes. Vroeger zijn die door “Het Komplete Handwerken” uitgegeven, en ook déze items ben ik blij als ik er weer een paar in m’n shop kan zetten.

De titel van dit blogje is een beetje ambitieus, want het gaat nauwelijks over de geschiedenis. Toch koos ik voor deze titel omdat hij aansluit bij andere blogjes die ik schreef in de maand van de geschiedenis.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Bedankkaartjes

Begin september overleed mijn moeder en dat deelde ik op mijn blog. Ik kreeg lieve en meelevende reacties, ook van bloglezeressen. Heel hartelijk dank daarvoor! Een mailtje, een reactie op m’n blog, en zelfs ook kaarten: het deed me goed!
De dag voorafgaand aan de begrafenis van m’n moeder hadden we allerlei mensen uitgenodigd om ons in de tuin te ontmoeten. Een hele middag en een hele avond hadden we daar de tijd voor. Vandaag nog belde iemand die zei dat ze dat zo fijn had gevonden. Niet in een onpersoonlijk zaaltje, maar gewoon thuis, waar m’n moeder zo lang had gewoond. We ontvingen al die mensen met koffie en thee en soep en we haalden van alles uit de kasten om er een mooie ontmoeting van te maken. Want dat wil je op zulke dagen het liefst: praten met andere mensen die haar óók hebben gekend. En die samen met ons herinneringen op wilden halen. En die naar onze verhalen wilden luisteren.

Met mijn bloglezeressen was dat heel anders. Jullie kenden mijn moeder niet, maar leefden toch mee. Ik heb dat echt bijzonder gevonden! Zelfs een keer een kaart uit Canada (die liet ik hier zien). Ik hing alle kaarten op m’n prikbord en daar keek ik de afgelopen weken naar. Ze herinnerden me er ook aan dat het tijd werd om bedankkaartjes te gaan sturen. Die zijn nu de deur uit, en nu wil ik ze hier ook nog graag laten zien. We hadden geen zin in een somber kaartje, maar kregen het idee om zelf kaartjes te printen. We gebruikten een bloemetje wat mijn moeder vroeger zelf had geschilderd. Ze hield van bloemen!

Lees reacties (2) of geef een reactie

Knutselboeken voor de herfstvakantie

De zeventiger jaren waren de jaren van het knutselen! Er werd volop gekleid, geverfd en geknipt, gefrutseld en verfraaid. En er verschenen ook leuke boeken voor kinderen. Wie zelf is opgegroeid in de zeventiger jaren, vindt het misschien nu leuk om haar kinderen kennis te laten maken met die goede oude knutseltijd. Waarin er sokbeesten werden gemaakt, en versierde luciferdoosjes. En kadootjes van lege flessen. Of wat dacht je van patchwork knuffelolilfanten of een  kollage van de vier seizoenen? Of misschien heb je nog goede herinneringen aan aardappelbedrukte schorten. Of tafellakens met linoleumafdrukken, zelfgemaakte boekjes met gemarmerde voorkant, gesjabloneerde letters, schilderijtjes van klei…. Ach, wat een knutselfeest waren die jaren!

Deze boeken brengt het allemaal weer in herinnering. Voor wie iets leuks wil voor herfstvakantie-vierende-kinderen! De boeken zijn zo opgezet dat een kind alles zelf kan doen, zonder hulp van volwassenen, maar dat laatste lijkt me lastig. Want als je de plaatjes ziet, krijg je vanzelf óók zin!

Zelf bezig zijn met Kadootjes, Zelf bezig met Klei, Zelf bezig met Kleur, en Zelf bezig met Lapjes.
Zelf bezig met Wol stond al eerder in m’n shop en is ook een leuk deel uit deze serie.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Korte geschiedenis van het klokkekleedje

Na de Franse tijd (die tot 1848 had geduurd) was de burgerij teleurgesteld in haar idealen van vrijheid en nationale eenheid. Men trok zich terug uit de politiek en zocht troost in een gezellig huiselijk leven. Het interieur was knus. Gezinnen zaten vaak om de ronde mahoniehouten tafel en deden daar spelletjes, terwijl de grote conflicten liefst buiten de deur werden gehouden. De aandacht richtte zich op kleine dingen. Dat was de Biedermeiertijd.
Kenmerkend voor deze tijd was de neiging van Nederlandse huisvrouwen om de huiskamer en salon te versieren met kleedjes, en hoogstwaarschijnlijk is ook het gebruik van klokkekleedjes in deze tijd begonnen.

Er was dus het decoratieve aspect van een geborduurd klokkekleedje, maar het praktische aspect heeft misschien ook wel een rol gespeeld. Er werd in die tijd veel gestookt met turf, en dat stuifde. De zijkanten van die mooie klokken waren vaak open (gevoelig voor stof dus), òf minder mooi bewerkt en dan kon er ook wel een kleedje overheen. De vroegste kleedjes die ter bedekking van de zijkant werden gemaakt, waren van gebloemde sitz. Later werden ze geborduurd. Bekende klok-motieven waren Adam en Eva in het paradijs, de druivendragers, en levensbomen. En molens en schepen. Eigenlijk alles wat ook op merklappen te vinden was.

Een kleedje uit mijn shop kwam in een museum terecht en daar nam ik een foto toen ik daar een keer op bezoek was (onder). De bovenste foto laat geen kleedje zien, maar wel een mooie staande klok, en wie thuis ook zo’n klok heeft wil er misschien zelf een kleedje op borduren. Dat kan: ik plaats een oud klokkekleedje-pakket in m’n shop. Want hoewel de noodzaak om te beschermen tegen stof is verdwenen: zo’n kleedje hóórt gewoon over zo’n klok!
(De informatie voor dit blogje komt uit een oude Lanarte-catalogus, waar veel oude bekende borduurwerken instaan)

Laat wat van je horen en geef een reactie

Oude Burda’s poppekleertjes

Volop poppekleertjes en poppenkleding in deze (geliefde) oude Burda’s!

Daar kan ik verder kort over zijn, want iedereen weet wel dat ‘Burda’ staat voor mooie en duidelijke patronen, óók voor poppe(n)kleertjes!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Poppekleding van een patchworkstofje

Het maken van en het spelen met poppen is van alle tijden. Een goed patronenboek kan een goede hulp zijn om leuke kleertjes te maken, hoewel je natuurlijk ook zelf wat kunt prutsen met oude lapjes en dat geeft ook voldoening. De lapjes die gebruikt werden en worden weerspiegelen ook de tijd waarin de kleertjes worden gemaakt: de kleertjes op de voorkant van het boekje Nieuwe patronen voor Poppekleding laten zien dat het boekje uit begin jaren tachtig komt. Een leuk alternatief voor restjes stof die toevallig in huis zijn, is het gebruiken van patchworkstofjes! Dit poppejurkje kocht ik op een braderie omdat ik het zo mooi vond. Het was een impuls-aankoop, bedoeld om het leuke gebruik van een patchworkstofje naar voren te brengen (en nu mag het jurkje in m’n shop).

Er is trouwens nog een reden waarom het leuk is om met oude handwerkboeken bezig te zijn: dan kan ik ongegeneerd nog eens de oude spelling gebruiken van vóór de spellingsherziening in 1995. Er werd toen bepaald dat bij samengestelde woorden de meervoudsregel geldt. Dus hadden we nu moeten praten over poppenkleding, met die extra n erbij. Maar ik heb pas in een restaurant een hele lekkere koek-uit-een-pan gegeten en aan één bordvulling had ik toch echt genoeg. Dus vind ik het ook wel logisch dat ik een pannekoek heb gegeten. Die ook nog eens in één pan was gebakken, dus dat meervoud zie ik nog steeds niet zo.
En om m’n verhaal kracht bij te zetten laat ik hier dat ene schattige jurkje zien: poppekleding!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Deventer tapijtindustrie


Rijk gedecoreerd met tapijten en kleden: zo zagen de kamers in de rijke en deftige milieus eruit. Maar waar kwamen de kleden vandaan? Ze werden niet allemaal geïmporteerd, maar werden vroeger ook gemaakt in Deventer! Deventer had gedurende ruim twee eeuwen maar liefst vijf tapijtfabrieken binnen zijn poorten. De oudste fabriek startte in het jaar 1779 en droeg eraan bij dat Deventer befaamd werd als tapijtstad. De tapijten die hier werden gemaakt werden beroemd in binnen- en buitenland. Ontwerpers van naam (zoals Colebrander) zorgden voor een hoge kunstzinnige waarde. En de tapijten vonden een plek in salons, maar ook kwamen er opdrachten voor handgeknoopte vloer-bedekking van cruise-schepen en theaters.


Vijf jaar geleden was er een grote tentoonstelling over de Deventer tapijtindustrie in het Deventer historisch museum. Het was één van de laatste tentoonstellingen in dit museum, want daarna werd dit museum gesloten. Er is nog heftig tegen geprotesteerd, maar de gemeente wilde bezuinigen. Een goede stimulans dus om vooral naar musea te blijven gaan, zolang het nog kan, want je weet nooit of je al dat moois later nog kunt zien.
Boeiend was het om de sierlijke en decoratieve kleden èn de oorspronkelijke teltekeningen te zien. Ter gelegenheid van deze grote tentoonstelling was heel veel onderzoek gedaan naar de rijke tapijt-geschiedenis en dat alles vond een plek in een goed gedocumenteerd boek, wat tijdens de tentoonstelling te koop was. Dit mooie boek Geknoopt en geweven plaats ik nu in m’n shop. Verrassend om kennis te nemen van een rijke bedrijfstak in eigen land, die na twee eeuwen weer ophield te bestaan. Leuk om te weten dat veel van deze oude tapijten dus vroeger in Deventer werden gemaakt!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Kussen in kelimsteek

Het is wennen aan een lege stoel, als er iemand is overleden. Die stoel, waar hij of zij altijd zat: nu een lege plek. En dat kussen wat er zo mooi in stond: nu niet meer nodig. Ik vind het fijn om sommige handwerken nog te kunnen fotograferen, voordat ze definitief op andere plekken terechtkomen. Nog één keer die combinatie van de makkelijke stoel en het kelim-kussen wat al zo lang in de familie was.

Het went ook best wel snel, dat m’n moeder is overleden. De eerste emoties zijn tot rust gekomen en we zijn allang weer een heel eind verder. De stoel moet nodig weg, en ook allerlei andere dingen. Ik voel me ook bevoorrecht dat er zoveel tijd is om nog wat foto’s te maken, en om zonder al teveel tijdsdruk te helpen om het huis leeg te maken. Even een foto en dan hup weer verder.
Gister was ik met m’n zussen in ons ouderlijk huis. We hadden ineens zin om nog een tijdje te praten en dat kon gelukkig. M’n oudste zus had dit kussen al even mee naar huis gehad, maar bracht het weer terug. O, dan neem ik het wel mee, zei de jongste zus. We hebben alledrie die handwerk-liefde ontwikkeld door de handwerken die we zo lang om ons heen hebben gezien. Dit kussen is gemaakt in kelim-steek. De specifieke patronen die bij deze steek horen worden extra krachtig door deze typische steek van twee hokjes schuin omhoog en dan één hokje naar beneden weer uitkomen. Ik wil dat nog wel eens laten zien in een later blogje. Maar nu eerst zondag: fijne dag gewenst!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Korte geschiedenis van het Paisley motief

Het Paisley motief is al heel oud en komt oorspronkelijk uit Perzië. Vandaaruit werd het naar India geëxporteerd en omdat India heel lang een Engelse kolonie was, kwam het ook in Engeland terecht. Kasjmieren shawls, met daarop dit motief, werden meegenomen door militairen en geïmporteerd voor de hogere milieus. De kleurrijke doeken waren een mooie aanvulling op de lange donkere jurken uit die tijd. Aanvankelijk konden alleen de allerrijkste Engelsen van de hogere klasse de stof betalen. Maar Schotse textielmakers zagen een markt en begonnen van lokale wol goedkope varianten van de doeken te produceren. De meeste textielfabrieken en weverijen stonden in de regio Strathclyde, met als belangrijkste stad Paisley. En daar komt dan ook de huidige naam van het motief vandaan.

Van oorsprong bestaat het motief voornamelijk uit roodtinten. De Schotse replica’s verschenen al snel ook in andere kleuren. Door de komst van de “Jacquard” weefgetouwen werden meer variaties mogelijk. De “Jacquards” werken met een ‘ponskaart’ waardoor het patroon sneller geweven kan worden.  Tegenwoordig wordt Paisley steeds minder echt geweven en vaker gewoon gedrukt op de stof. Minder mooi, maar sneller en goedkoper.

Als je erop let zie je het patroon overal terugkomen. Allereerst in shawls en stropdassen. Maar ook in verdere kleding en meubelstoffering. Paisley print komt steeds weer terug in de mode, en is blijvend populair bij liefhebbers van spiritualiteit. De druppelvorm is dan teken van leven of vruchtbaarheid.

Paisley geborduurd op een kussen is ook mooi! Dit kussen vond ik en heb ik in m’n shop geplaatst.

(Aanvankelijk had ik een andere tekst bij deze foto’s, maar daar was niet zoveel aan. Het leek me leuker om iets over de geschiedenis van dit bekende druppel-motief te publiceren.)

Laat wat van je horen en geef een reactie

Een oude schoolklas

Zò zagen de schoolklassen er vroeger uit! Houten banken, een lei met een griffel, een telraam, schoolplaten van Isings. En een leesplankje natuurlijk!
In het Openluchtmuseum in Warffum kon ik deze zomer zo’n schooklas fotograferen, en ook een aap-noot-mies-plankje waarmee kinderen leerden lezen. Leuk om nog een keer te verwijzen naar het telpatroon wat van dit plankje is gemaakt. Dit patroon heeft in de Ariadne van oktober 1987 gestaan.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Kruiden en wilde planten, ook in kruissteek

De natuur in mijn woonomgeving daagt uit tot wandelingen en fietstochtjes en na al die jaren hebben we daar nog geen genoeg van. Er zijn bepaalde plekjes, zoals langs het kanaal, die altijd weer mooi zijn en waar ik elk seizoen graag kom. Maar ik ben zéker de enige niet die daarvan kan genieten! En het is leuk om ook eens andere mensen te ontmoeten die volop van de eigen omgeving genieten. Die gelegenheid deed zich voor bij een ouderwetse dia-lezing. De lezing werd in een kerkje gehouden en tot onze verrassing was eerst de parkeerplaats bomvol en vervolgens de zaal. Er moesten stoelen worden bijgesleept. Leuk om te merken dat zòveel mensen wel eens wat meer wilden weten over alles wat in onze omgeving te zien is.  Er werd verteld over de loop van het Veluwewater, wat de drager is van rijke flora en fauna. We kregen plaatjes te zien van knikkende distel, liggende ereprijs, blauwvoetstekelzwam, veldsla en nog veel meer.
Bij sommige dia’s was er herkenning omdat wij daar ook wel eens waren geweest, zoals op de Empese en Tondense Heide, en bij sommige plaatjes namen we ons voor om daar ook nog eens te gaan wandelen. Verrassend hoor, dat dat nog bestáát in onze tijd: zo’n kerkzaal vòl met natuurliefhebbers die een hele avond met stijve nek naar boven kijken voor de dia’s op de muur!

Niet alleen aan een volle zaal is af te meten dat er vele natuurliefhebbers zijn, maar ook aan de bestellingen voor het boek Kruiden en wilde planten in Kruissteek. Dit boek met prachtige patronen van Gerda Bengtsson is met stip het meest-geliefde boek voor borduur-en-natuur-liefhebbers. Het boek is in twee formaten verschenen en informatie daarover vind je in m’n shop.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Bloempotten en bloemetjes

Er moet altijd wat te spelen zijn. De zon scheen, en de schuur moest opgeruimd. O, wat ging dat weer langzaam. Deze potjes stonden klaar om weg te doen. Maar ja, weg is weg hè? Eerst nog even wat foto’s maken.

Een foto maken van iets wat je weg wilt doen is eigenlijk altijd wel een goed idee. Want stel je voor dat iets zichzelf gaat vernietigen. Dat kan tegenwoordig. Een kunstwerk van Banksy kan zichzelf vernietigen. Eerst verkoop je iets voor bijvoorbeeld acht ton en daarna gaat het vanzelf door de shredder. Lachen! Maar het kan ook dat het mislukt, dan heb je nog meer consternatie. Nou ja, dat is alleen aan gekke kunstenaars voorbehouden.
(Als je het niet snapt, dan moet je even op de link drukken. Het gaat over een kunstwerk wat op Sotheby’s werd geveild.)

Gewone mensen houden gewoon van een beetje spelen. Met een paar bloempotjes, de laatste bloemetjes uit de tuin, en een borduurwerkje.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Korte geschiedenis van het schellekoord

Deze zitkamer in het Openluchtmuseum in Warffum is ingericht naar de stijl van omstreeks 1875.
Begin juni bezocht ik dit museum, wat op dat moment ook onderdeel was van de route bij het Quiltfestival. Er was toen meer dan genoeg te bloggen over de quilts, en enkele andere foto’s die ik toen maakte bleven liggen. Tot nu in oktober, de maand van de geschiedenis. Vanachter een lint keek ik naar deze kamer en zag diverse handwerken in hun ‘natuurlijke habitat’. Zo’n opstelling geeft een goed beeld van hoe die oude handwerken vroeger een rol speelden in het interieur.
Voor het eerst kon ik hier ook een foto maken (wat ik al langer wilde) van een schellekoord, zoals deze vroeger dienst deed. Velen kennen het schellekoord, als een geborduurd lang borduurwerk wat leuk is om aan de muur te hangen, bijvoorbeeld op de smalle ruimte tussen een deuropening en een kast. In dit Hoogeland-museum zag ik nu een schellekoord zoals het vroeger heeft gefunctioneerd. In het boekje van An Roth Schellekoorden in kleur, staat informatie over de geschiedenis van het schellekoord.

Het schel-koord was twee eeuwen terug een gebruiksvoorwerp. De eerste exemplaren bestonden uit een koord dat een bel aan de andere kant van de muur in werking zette, door middel van een mechaniekje. Deze bel was bedoeld om een dienstbode te waarschuwen.
De koorden hangen vanaf het plafond langs de muur naar beneden. Aan het uiteinde bevindt zich een zijden kwast of een koperen ring om aan te trekken. De koorden hingen meestal dicht bij de sofa, soms ook bij de deur of in de hoek bij de schoorsteenmantel. Deze informatie is bekend doordat schilders uit vorige eeuwen binnenhuistaferelen en interieursafbeeldingen maakten, en daarop zijn de koorden ook dikwijls afgebeeld.

Omstreeks 1820, in de biedermeiertijd, worden de interieurs knusser en behaaglijker. Er ontstaat een drang naar versiering en er wordt uitbundig gestoffeerd. Ook het schellekoord gaat meedoen in de versieringsdrang. Het wordt bekleed met stroken, die passen bij de overige aankleding van de kamer.
In deze tijd viert het huiselijk leven hoogtij en het borduren wordt populair. De schellekoorden worden voorzien van kunstig geborduurde stroken. Soms worden daar ook nog kralen op aangebracht, zoals op het schellekoord wat in het museum hangt.

Bij de intrede van de electriciteit, aan het begin van de vorige eeuw, verdwijnt het schellekoord weer uit de huiskamers. Maar omstreeks 1950 komt Clara Waever uit Kopenhagen met een nieuwe vorm schellekoord, dat opnieuw de huiskamers verovert. Dat is veel korter geworden, en soms breder, en het heeft geen wezenlijke functie meer. Van dit type schellekoord laat ik vast ook nog wel een foto zien, nu eerst deze antieke.

Lees reactie (1) of geef een reactie

Geborduurde gieter van M. Bastin

Het lijkt wel voorjaar, zo half oktober. Veel planten bloeien voor de tweede keer, dus ik plukte nog een bosje duizendblad (Achillea millefolium) in de berm. En het is dan ook niet gek om dit mooie voorjaars-schilderij te laten zien. Het is geborduurd naar een tekening van Marjolein Bastin. Van sommige van haar tekeningen werden borduurpakketten gemaakt, en dit is misschien wel één van de bekendste: het tafereel van het vogeltje en vlindertje bij de gieter. Iemand borduurde de mooie voorstelling, en het borduurwerk werd mooi ingelijst. Daar kan iemand anders nog weer heel lang tegenaankijken, en dan kan dit borduurwerk óók aan een ‘tweede bloei’ beginnen, want daar is het mooi genoeg voor.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Nomotta Leerboeken voor handwerken van wol

Ik nam vandaag de oude doos met hele oude bolletjes witte wol mee naar huis. Vroeger als tiener zat ik daarmee te spelen, en toen was die doos er ook al. De kindertruitjes die m’n moeder ermee had gebreid waren allang weggedaan, maar die doos met restjes was knutselmateriaal voor ons. En dat heeft veel effect gehad. Ik vond het vroeger heerlijk dat er op zolder zo’n doos met bolletjes stond waar ik in kon rommelen. Nu mag ik dus nòg een keer wat met deze restjes gaan doen, want nu staat die doos na tientallen jaren in mijn huis. Wat zal ik er eens mee gaan doen?

Oude dingen hebben zo hun charme, en dat geld ook voor de hele oude Nomotta leerboeken voor Handwerken van Wol. Het zijn boeken uit 1935 en je verbaast je over de mooie zwart-wit foto’s en de duidelijke uitleg. Niet eerder had ik beide boeken tegelijk in m’n shop, maar nu dus wel.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Alle Handwerken zonder grenzen compleet

Met deze laatste acht nummers ben ik compleet!
Alle oude nummers van het mooie en geliefde tijdschrift Handwerken zonder Grenzen staan nu in mijn shop!
Ik heb er een paar jaar over gedaan om alle oude jaargangen compleet te krijgen. Het bleek dat sommige nummers wat lastiger te vinden waren. Van sommige nummers heb ik één exemplaar in voorraad, van andere meer. Ik hoop dat het lekker gaat doorstromen, en ik blijf naar aanvulling voor m’n shop zoeken.
Er zijn handwerkliefhebbers die jarenlang met een briefje in hun portemonnee lopen (of een lijstje op hun mobiel) met daarop de ontbrekende nummers. Hopelijk kunnen zij bij mij hun ontbrekende nummers vinden!

Hieronder een collage van de achterkanten van de nummers die ik nu als laatste toevoeg. Foto’s van prachtige handwerken uit de de hele wereld, die goed laten zien hoeveel moois er in de wereld is gemaakt, hoeveel kunstzinnigheid er in elke cultuur zit, en hoe mooi deze tijdschriften dat sinds 1978 naar voren hebben gebracht.

Lees reacties (2) of geef een reactie

Vera de muis houdt zes ballen in de lucht

Een zomerse Vera de muis gooit nog eens alle zonnige balletjes in de lucht. Ik benutte het mooie weer om de schuur op te ruimen. Nu staat er een hele stapel oud spul klaar wat weg kan. Zoals deze plankendragers: die hebben we vroeger veel gebruikt maar nu allang niet meer. Weg!

Dit mooie borduurwerkje staat ook klaar om ‘weg te kunnen’, maar dan via m’n shop. Het is een mooi geborduurd schilderijtje voor een Vera-de-muis-liefhebber. Of misschien om kado te geven aan iemand die zes balletjes in de lucht moet houden en niet toekomt aan borduren.

Wat een aparte oktober-dagen zijn het: het is ’s zomers warm maar het wordt wel heel vroeg donker. En dan is het ’s avonds weer tijd om de balletjes uit de lucht te halen en nog even achter de computer te zitten. Ik neem aan dat iedereen wel geniet van deze warme dagen!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Oude nummers Handwerken zonder grenzen

Het tijdschrift Handwerken zonder Grenzen verschijnt sinds 1978 en bleef lange tijd dezelfde – gewaardeerde! – formule hanteren: veel aandacht voor handwerken uit het (voor ons) buitenland, veel mooie foto’s, veel achtergrond-informatie over onbekende technieken, en ook wat aandacht voor handwerk in eigen land. In dat laatste opzicht was het dus zeker ook een ‘tijd-schrift’ maar vanwege de mooie reportages over etnisch handwerk was en is het nog steeds toch ook een tijd-loos ‘bewaar-schrift’.
Na twee decennia veranderde het uiterlijk en de redaktie meerdere malen, en dat was te zien aan de verschijningsvorm, die enkele keren veranderde. Het magazine moest ook wel ‘met de tijd mee’ en om nog rendabel te zijn kwamen er veel meer advertenties. Daarvoor moest de mooie foto van een handwerk op de achterkant van het tijdschrift wijken. Maar ja, niks aan te doen. Tòch blij dat het tijdschrift kon blijven bestaan!
Meerdere malen hield de redaktie enquètes en daaruit bleek dat ‘men’ graag in het tijdschrift wil blijven lezen over oude technieken en dan met toepassingen in een nieuw jasje. Die invalshoek is ook in deze oude nummers terug te zien. Het zijn ‘tijd-schriften’, ‘bewaar-schriften’ en ‘opnieuw-lees-en-gebruik-schriften.’

Laat wat van je horen en geef een reactie

Met de deuren open

Half oktober, en al een paar dagen staat de achterdeur wagenwijd open. Er stond nog een mandje. De inhoud is allang niet meer zo mooi als het in de zomer geweest was. Ik gebruikte het mandje als deurstopper. Maar na een tijdje was ik het zat om naar die sprieten gras te kijken. Een zelf-geborduurd kussentje helpt nu om de deur tegen te houden, dat deze nog niet dichtwaait. Want het zijn zùlke mooie oktober-dagen, daar willen we zo lang mogelijk van genieten. Met de deuren open dus!
Fijne misschien-wel-warmste-zondag-half-oktober-ooit-gemeten gewenst!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Van (grachten)huis tot poppenhuis


In 1910 liet een Haagse 34-jarige freule een poppenhuis bouwen. Het poppenhuis was niet bedoeld om mee te spelen, maar om haar kostbare collectie miniaturen aan haar vrienden te showen. De freule, Lita de Ranitz, liet een modern huis bouwen, zoals de huizen rond 1900 in Den Haag werden gebouwd. Haar poppenhuis toont ook moderne uitvindingen uit die tijd, die je alleen in de ‘betere kringen’ aantrof. Zoals kranen met stromend water, electrisch licht, centrale verwarming en zelfs een stofzuiger. Lita liet zich inspireren door moderne interieur-tijdschriften.
Toen het poppenhuis klaar was, had ze gelijk een nieuwe levensvulling: ze ging samen met een vriendin heel Europa doorreizen op zoek naar miniaturen en kostbaarheden voor haar nieuwe poppenhuis. Bijzonder is dat het poppenhuis vol kwam te hangen met èchte miniatuur-schilderijtjes, speciaal voor haar geschilderd door beroemde kunstenaars zoals Toorop.

Dit voorjaar bezocht ik het Mauritshuis in Den Haag, en nam ik en passant ook even een kijkje in het Haags Historisch Museum. Dit museum had op dat moment een grote tentoonstelling over het prachtige poppenhuis. Hier kun je nog een filmpje kijken waarin de conservator van het museum vertelt over deze tentoonstelling.

Bij de foto’s van dit bijzondere poppenhuis, past een interessant boek: een poppenhuis maken waarvoor je eigen huis model staat. Net als de freule dus deed. Het boek neemt een bestaand grachtenhuis als uitgangspunt, maar je kunt met de aanwijzingen ook een ander type huis namaken. En als dat klaar is begint het leuke werk: inrichten! Als het je lukt om contacten te leggen met beroemde kunstenaars, dan wordt je huis wellicht over honderd jaar ook nog eens tentoongesteld.

Lees reacties (2) of geef een reactie

Fietstochtje met onderweg geschiedenis

Om half vijf besloten we een loempia te gaan halen. We hadden een middagje in het ouderlijk huis in Brummen gewerkt en kregen zin in wat. Het was heel lekker weer, en we gingen met de fiets. We besloten we een omweg te maken: eerst met de pont over de rivier naar Bronkhorst, en dan aan de overkant van de IJssel naar Dieren en dan terug naar Brummen. Dan konden we op de terugweg die loempia wel doen. Dus we namen de pont en ik zei nog: wat staat het water laag.

Over de dijk fietsten we naar de volgende pont, bij Olburgen. Prachtige weidse verten vanaf de dijk (met daarop het fietspad) over het rivierlandschap. We stopten bij een informatiebordje. De Westelijke Nederlanden hadden zich aan het eind van de 16e eeuw ontworsteld aan de Spaanse overheersing en konden aan de Gouden Eeuw beginnen. Maar de bewoners van Zuid- en Oost-Nederland nog steeds geteisterd door de strijd tussen de Staatse en de Spaanse troepen. Er waren veldtochten en belegeringen en plunderende huursoldaten. Een stuk of dertig ‘schansen’ of forten van Arnhem tot Kampen moesten bescherming bieden tegen Spaanse aanvallen. Hier, op deze plek, lag vroeger ook zo’n schans. Er is nu niks meer van te zien. Alleen aan de overkant van de rivier, bij de bosjes is nog een verhoging in het landschap. Daar was ik deze zomer al eens geweest. Toen had ik daar een loempia gegeten, maar die bleek nu onbereikbaar.

We fietsten verder. We kwamen bij Olburgen. De pont bleek uit de vaart door het lage water. Er zat niks anders op: dezelfde weg terug naar Bronkhorst. Niet erg, want aan deze kant van de IJssel was het toch mooier om te fietsten. Het was inmiddels kwart voor zes. Vanaf de dijk zagen we de pont varen, en ineens kregen we de kriebels. Het laatste stukje ging in een spurt. Maar helaas: te laat: Het was de laatste overtocht van die dag geweest. We konden opnieuw niet aan de overkant komen.

Nu hadden we nog maar één keus: doorfietsen naar Zutphen. Daar konden we via de nieuwe brug de rivier weer oversteken. Ik was blij dat ik met m’n stola bij me had. Nooit op weg gaan zonder iets warms. We berekenden dat we het nèt zouden halen om voor donker terug te zijn. Ruim dertig kilometer gefietst in een poging om wat te eten te halen. Ik dacht aan al die soldaten van 400 jaar geleden. Een onbereikbare loempia (omdat je aan de verkeerde kant van de rivier bent) valt in het niet bij het afzien wat zij hebben gekend.

’s Avonds keek ik naar een nieuwe aflevering van 80 jaar Oorlog op tv. Een serie die ik kan aanbevelen. Door bordjes in het landschap krijg je meer oog voor de geschiedenis, maar ook door deze tv-serie. Oktober is de maand van de geschiedenis. En ook van fietstochtjes op zwoele avonden.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Trui breien, of toch maar niet

Een trui breien kent meerdere stadia. Van vreugde en ontmoediging.
Stadium 1: hà, wol gekocht! Daar ga ik een trui van breien!
Stadium 2: Patroon gevonden, zonder al te veel te bladeren. Gewoon een keus gemaakt. Lekker beginnen!
Stadium 3: Proeflapje gemaakt (vreugde, want het klopt ook nog met de stekenverhouding) en steken opgezet. Wat wordt het mooi, en het breit zo lekker!
Stadium 4: Hè bah, het gaat niet lukken. Ik dacht dat ik ruimschoots genoeg had, maar het is toch veel te weinig voor een trui. Jammer.
Nu moet ik er iets anders voor verzinnen.

Overigens: mijn muur is ècht zo rood, maar met deze strengen ervoor knalt het er wel lekker uit.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Vrolijk in between


Soms maak ik foto’s, en dan blijven ze toch liggen. En dan zit er een verhaal in m’n hoofd, en na verloop van tijd wil het er dan tòch nog graag uit. Bij deze foto had ik ook een ‘verhaaltje’, een gedachte eigenlijk.
Het was de dag na de begrafenis van m’n moeder en ik moest even naar het postkantoor om een bestelling weg te brengen. Ik ging maar even lopend naar het winkelcentrum. Je bent nog zo ‘daas’ na zo’n gebeurtenis, even lopen was wel goed voor me. Ik weet nog dat ik een kind zag lopen en bij mezelf dacht: “o, een kind. Die heeft het hele leven nog voor zich.” Kennelijk kregen m’n hersenen toen de smaak te pakken, want ze gingen verder met: “o, een oudere mevrouw, die is al aardig ver in het leven.” En daarna zag ik eigenlijk overàl mensen, maar ik kon natuurlijk niet aan de gang blijven met bij iedereen de leeftijd te schatten. Ik dacht: “Jullie zijn allemaal in-between. In between tussen geboren worden en doodgaan.” En daarna dacht ik: “Ja hoor eens, daar hoor ik óók bij! We zijn allemáál in-between!”
En die gedachte bleef heel lang hangen. We zijn allemaal in-between…

Tussen de in-betweentjes liep ik weer terug naar huis, en daarna maakte ik een foto van dit merklapje. Het bleef dus liggen en nu zou ik er natuurlijk ook een ander verhaaltje bij kunnen verzinnen. Want ik ben nog altijd bang dat m’n bloglezers misschien vinden dat ik nou wel genoeg heb geblogd over het overlijden van m’n moeder en hoe ik dat allemaal beleef. Dat ik er allang een streep onder had moeten zetten.
Gelukkig wordt ik ook bemoedigd door mensen die zeggen dat ze m’n stukjes wel waarderen, dus de strepen mogen nog even wachten. Ze zijn leuk om naar te kijken, die streepjes op dit merklapje, maar de werkelijkheid is niet zo eenduidig.

En dan de boodschap van dit merklapje: Terwijl we nog allemaal ‘in-betweentjes-zijn mogen we ook vrolijk zijn!

Lees reacties (3) of geef een reactie

Jute zakken werden vroeger in Rijssen gemaakt

Een eeuw lang beheerste de jute-industrie het leven in het Overijsselse stadje Rijssen. De Koninklijke Jutespinnerij en Weverij ter Horst kreeg in 1850 een order van de Nederlandsche Handel-Maatschappij voor de productie van juten koffiezakken. Dat bracht veel werkgelegenheid. Er werd een stoomjutegarenspinnerij opgericht met  spinmachines en weefgetouwen. De weefgetouwen konden nu worden aangedreven door stoom. Er kwam ook een spoorlijntje, en rond 1900 waren er al meer dan duizend arbeiders in de fabriek werkzaam. Het werk was zwaar, de dagen waren lang en de lonen waren laag. Eén van de eerste georganiseerde stakingen in Nederland vond plaats in Rijssen, om tegen de lage lonen en de lange werkdagen te protesteren.

De geschiedenis van de fabriek (bijgenaamd De Stoom) wordt nog levend gehouden in het plaatselijke museum. Hier maakte ik  (een tijdje geleden) deze foto van het oude weeftoestel waarop het jute werd geweven.
Jute wordt gemaakt van de planten Corchorus, die groeien in de Gangesdelta in India en Bangladesh. De planten kunnen wel drie meter hoog worden. Als ze bloeien, dan worden ze geoogst. Een foto in het museum gaf daar een indruk van.

 

Na een bloeitijd waarin de fabriek zelfs 2000 mensen in dienst had, nam de vraag naar jute af. Het bedrijf verloor de concurrentie met de landen waar de ruwe grondstof ook vandaan komt, en werd gesloten.
Door de natuurlijke en grove uitstraling is jute ook geliefd in de handwerkwereld. Jute zakken zie je niet zo vaak meer (straks tegen de sinterklaastijd wel weer) maar als je wat kunt vinden is het fijn knutselmateriaal. Het leuke boek Poppen maken van jute laat zien hoe eenvoudig het is om het jute te gebruiken voor eenvoudige popjes. De foto’s in dit boek zijn aantrekkelijk en duidelijk.

Het jute-museum in Rijssen is niet groot, maar wel de moeite waard om een keer te bezoeken als je toch in de buurt bent. Het is interessant om kennis te nemen van de jute-industrie die ooit zo’n belangrijke rol speelde en die het hele land van zakken voorzag.

 

Laat wat van je horen en geef een reactie

Vragen mag

Deze borduurwerken liet ik eerder zien in twee blogjes maar het was er nog niet van gekomen om ze in m’n shop te plaatsen. Iemand vroeg per mail of ze ze kon kopen en nu gingen ze op de post. Ik krijg wel vaker mailtjes met vragen over handwerk wat ik liet zien maar (nog) niet te koop heb. Dus bij deze: vraag gerust! Ik ben een beetje ‘achter’ bij alles wat ik graag wil doen en laten zien en publiceren. Dat geeft wel eens stress (en hoge stapels), maar dan probeer ik ook weer tegen mezelf te zeggen: tout est relatif. Oftewel: wat maakt het uit, wat vandaag niet komt, komt morgen wel. Maar dat neemt niet weg dat jullie gerust om iets kunnen vragen, als je het te lang vindt duren voordat ik ergens aan toe kom.

En als ik weet dat iemand van de illustraties van Rie Cramer houdt, dan heb ik wat om bij te sluiten: een paar mooie plaatjes van deze bekende tekenares. Tenzij iemand erom vraagt natuurlijk. Want zoals je nu weet: dat kan natuurlijk óók….

Laat wat van je horen en geef een reactie

Boeken over kant

Al rond 1550 waren de vrouwen uit de Zuidelijke Nederlanden beroemd voor hun borduurwerk. Zij blonken uit in het borduren van de hals- en mauwboorden van witte linnen hemden, die naar de mode van die tijd onder de bovenkleding uitkwamen. Die geborduurde randjes waren dus zichtbaar. Eerst waren de randjes vast geborduurd, later werden het opengeborduurde randjes, doordat men draden van het weefsel ging uittrekken of wegsnijden. Dat zijn dus de technieken die de voorlopers van de naaldkant werden.

Een andere manier om de hemden te versieren was een dikke rand (passementgalon) van zijde of metaaldraad, waarmee men naden kon verbergen en plooien kon vastzetten. Uit deze techniek van het passementwerk ontstond de kloskant. Het linnen moest gewassen kunnen worden, daarom vervingen de linnennaaisters het goud en de zijde door linnen garen. Dat was het ‘edele’ garen wat plaatselijk werd vervaardigd en waarmee ze toch al aan gewend waren om mee te werken. Ze namen wèl het gereedschap over van de (mannelijke) passementwerkers: kussen, klossen en spelden.

De mode evolueerde verder, en na enige tijd werden de manchetten en kragen steeds groter. Niet alleen geaccentueerd door een randje, maar in hun geheel werden het pronk-accenten in de kleding.
Wat er allemaal in die vroegere eeuwen werd gemaakt is ‘fabuleus’! Je kunt je in musea verwonderen over de rijkdom en de pracht en praal. Bovenstaande foto is een detail van een schilderij van de Dortse schilder Cuyp. Ik liet het hele schilderij hier al eens eerder zien. Het is een mooie foto om te laten zien bij een paar boeken: Fabuleuses Dentelles en Lace, the Elegant Web. Prachtige boeken, en nu kun je dus nog kiezen in welke taal je het wilt hebben ook!
Het boek Brusselse Kant is een gids en toelichting bij de verzamelingen in Brusselse musea. Deze boeken staan vol met prachtige foto’s en veel informatie.  Bovenstaande informatie komt uit laatst genoemd boek, maar er is nog véél meer om te lezen en je over te verwonderen.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Een oud kasteeltje

Vroeger was een korte vakantie net over de grens een hele belevenis. In een pension in Duitsland of België, en dan genieten van het uitzicht en de heel andere omgeving. Van de vakwerkhuizen en van de watervallen. En van de kastelen! Wat zijn er veel kaarten verstuurd naar huis, met op de achterkant de tekst: “Het is hier prachtig, h.gr.” In de eerste helft van de vorige eeuw waren die kaarten nog èchte foto-kaarten, en dan natuurlijk in zwart-wit.

Kastelen werden soms ruïnes en ook die waren interessant om te bezoeken. Misschien heeft iemand na thuiskomst van zo’n vakantie in het buurland geprobeerd haar indrukken vast te leggen. Een kaart was onvoldoende. De vakantie had misschien wel zò’n indruk gemaakt dat er een borduurwerk kwam. En toen dat klaar was, heeft iemand dat heel degelijk ingelijst.
Ik vind het wel iets aandoenlijks hebben, dit hele oude schilderijtje. Ik plaats het in m’n shop en hoop dat het ergens heel mooi tot z’n recht komt. De ansichtkaarten zijn van mijn grootvader geweest, en ik vind het leuk om te bedenken dat hij ook ergens in die eerste decennia van de vorige eeuw heeft rondgelopen in die vakantie-dorpjes. En genoten heeft van het uitzicht. Misschien ook wel de trappen van een oud kasteel beklommen.

Lees reacties (2) of geef een reactie

Breien op grote pennen

In de winter gaf ik een paar bollen Sudan-wol aan m’n dochter, met de gedachte: grote pennen, snel klaar. En in de hoop natuurlijk dat ze ook ‘hooked on knitting‘ zou worden. Ze breide een kussen in blokjespatroon en bij haar verhuizing vond ze die weer. Ze gaf het aan mij, want daar ‘mocht’ ik wel even een achterkant aan maken. Zulke projecten hebben dus een wat langere doorlooptijd….!

Maar dit weekend vond ik dan een mooi moment om er eens even een achterkant bij te zoeken. En ik vond ook nog wat nieuwe bollen wol. Want om ‘hooked’ te worden moet je natuurlijk wel voldoende wol hebben, nietwaar? Wie weet wil ze nog wel een paar kussens erbij breien.
Het boekje op de foto laat ook van die mooie woon-projecten zien, waarbij gebreid werd op dikke pennen. Dat is al een tijdje mode. Meestal wordt daar speciaal dik garen (ribbon XL) voor gebruikt, maar het kan dus ook met restanten tapijtwol. Je zou zomaar verliefd worden op die mooie oude kleuren. Of ‘hooked’.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Serie Heerlijk Handwerk

De serie Heerlijk Handwerk bestaat uit vijf deeltjes: Borduren, Breien, Patchwork en Applicatie, Tapisserie en Haken.
Het deeltje over Haken is nieuw in m’n shop en maakt de serie compleet, zodat ik de hele serie hier nog eens laat zien.
Voor beginners, maar ook voor degenen die al langer met een bepaalde handwerk-tak bezig zijn, zijn dit leuke boekjes. In de tijd dat deze boekjes verschenen, verstonden schrijvers (en uitgevers) de kunst om goede selecties te maken uit de veelheid van mogelijkheden en steken. Het mooie van deze boekjes vind ik de eenvoud en deskundigheid waarmee de boekjes zijn geschreven, en ook het aantrekkelijke overzicht.

De indeling van zulke stekenboekjes vind ik vaak leuk om te bekijken: welke keuzes zijn er gemaakt om het overzicht te houden? Voor het nieuwste boekje Haken geef ik de indeling weer: Patronen met Basissteken, patronen met Structuur, patroonsteken in meer Kleuren, Open haakwerk, Meerkleurig haakwerk, Medaillons en Reliëfmotieven. En tenslotte nog een hoofdstukje over het Tunisch haakwerk. Dan heb je dus een compleet overzicht en kan ook een beginnende haakster zelf keuzes maken en ook beter beoordelen waar de veelheid van steken die in nieuwere media worden aangeboden, een plek hebben in het geheel.
Voor de andere deeltjes werkt het ook zo: door de goed-doordachte indeling wordt de aantrekkelijkheid van de hobby verhoogd en het inzicht in de techniek bevorderd. Oude boekjes zijn leuk!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Kleurig kussentje

Op een kleurige mandje uit een ver land (dit mandje is een nieuwe aanwinst; toen ik het zag wilde ik het gelijk hebben want ik ben dol op zulke mandjes)
legde ik mijn geborduurde kussentje (wat ik lang geleden borduurde, om een bepaald soort borduurgaren uit te proberen).
Ik combineerde het met net-geplukte appeltjes van mijn eigen Malus Red Sentinel  (ik vertel altijd tegen iedereen dat die sierappeltjes zo heten, want dat klinkt lekker stoer.)

En nog een foto van de boswandeling van gister.
Fijne oktoberzondag!

Lees reactie (1) of geef een reactie

Gouden blaadjes

Het is de tijd van de gouden blaadjes! Herfstwandelingen maken, genieten van de natuur, ontspanning na inspanning.
Afgelopen week was een goudkleurig truitje mijn ‘ladies choise’. Geen zwart en geen grijs meer, maar een goudkleurig truitje.
Daarop legde ik een mooi afgewerkt borduurwerkje. In één van mijn oudere handwerkboekjes las ik de aanbeveling om toch vooral éérst de rand te maken om een nieuw borduurwerk, en daarnà pas te gaan borduren. Want als je dan klaar bent met borduren, dan heb je meestal geen zin meer in de afwerking. Ik ben benieuwd of dat degelijke advies nog wordt opgevolgd. Zelf ben ik vrij slordig in die dingen, en doe ik graag de leuke dingen het eerst (en of de minder leuke dingen dan nog gedaan worden, daar maak ik me dan niet al te druk om). En ook vanmorgen kies ik voor éérst het leuke: eerst wandelen en gouden blaadjes zoeken, en daarna pas het huishouden. Een mooie, zonnige oktober-zaterdag ligt voor ons!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Kruiden in de rivier-ruimte

Op 34 plaatsen in Nederland zijn de afgelopen jaren grote projecten uitgevoerd om de rivieren meer ruimte te geven. In de afgelopen eeuwen was het de trend om alsmaar dijken te bouwen en rivieren in te dammen. Maar een paradigma-shift leidde tot de nieuwe aanpak dat rivieren ook gewoon de ruimte moeten krijgen die ze nodig hebben. Een belangrijke overweging was dat het vaker en harder dan vroeger regent. Meermalen in het recente verleden was gebleken dat de ruimte die de rivieren vanouds hadden, onvoldoende was. Nu zijn de meeste grote projecten om de Rivieren-meer-Ruimte-te-geven voltooid. Ook bij Cortenoever, vlakbij Brummen. Hier is landinwaarts een nieuwe dijk aangelegd. Het nieuwe buitendijkse gebied kan nu bij extreem hoog water vollopen.
Vanmiddag gingen mijn lief en ik voor het eerst daar eens een eindje fietsen, bovenop de nieuwe dijk. Het was mooi!

De grond in dit gebied bevat veel kalk en dat levert bijzondere flora op, zoals Aardakker, Handjesereprijs, Blauwe veldsalie, de zeldzame Weidegeelster of de Rivierduinzegge. Daar ga ik dan volgende keer wel eens naar zoeken, nu las ik al die mooie namen alleen op een informatiebordje.
Maar wat óók heel mooi is, en helemaal niet zeldzaam: Kamille! Hele rivier-akkers vol! En dat in oktober! Kamille behoort tot de pioniers-vegetatie en alleen daarom al is het leuk om in gebieden te fietsen waar net grote veranderingen zijn geweest. Leuk om te zien welke planten als eerste voet-in-de-grond hebben gekregen!

Er bestaat een heel leuk boekje, met kruissteekpatronen van twintig veelvoorkomende planten in Nederland. Ik had het boekje bewaard tot ik er een mooie foto bij had, en dat is deze Kamillefoto wel vind ik. Het boekje is uit een serie van vier. Precies twee jaar geleden werd ik uitgenodigd door de auteur van deze boekjes, en daar schreef ik hier een blogje over. Nu dus ook het leuke boekje Kruidige Kruissteken uit deze serie voor in m’n shop. Daar staan, naast het kamille-patroontje voor kamille, nog 19 andere patronen in. En zo begon ik dit blogje met een cijfer, en eindigt het er ook mee.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Bezig


Ik hou ervan om de gordijnen open te doen in m’n ouderlijk huis. Ik hou van lekker even heel hard zingen en weten dat niemand me hoort. Ik hou van de vertrouwde geluiden. Ik hou ervan om in m’n eentje te ontbijten en even te mijmeren. Ik hou van de oude meubels. Van de bekende boeken die al jaren in de kast staan. Van de zon die zo lekker naar binnen schijnt door de grote ramen. Ik hou van een heleboel dingen in m’n ouderlijk huis. Maar niet van de traplift. En m’n broer en zussen ook niet. De trap werd er zo smal door. Zus en broer sloopten de lift eruit, en nu ligt er wat oud ijzer klaar. Slopen is leuk werk!
Vanmorgen deed ik hier de gordijnen open en nu ga ik ook wat slopen. Eerst even m’n tapisserietas gefotografeerd om jullie te groeten, en nu weer aan het werk.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Oude patronen


Ohhhh! zei ik toe ik deze map weer vond in m’n ouderlijk huis. De patronenmap van mijn moeder. Ik had hem jarenlang niet gezien en allerlei herinneringen kwamen gelijk weer boven. Als kind of als tiener, dat weet ik niet meer, zat ik vaak te kijken in deze map. Heel voorzichtig vouwde ik de dunne patronen open waarop een tekening was afgedrukt. Strijkpatronen, zei m’n moeder en ik hoopte vroeger dat ze nog eens zo’n borduurwerk ging maken waarvoor ze een strijkpatroon nodig had, maar die tijd was toen al voorbij. Dus deze papieren zijn van vóór de vijftiger jaren, en er zitten ook weer spullen tussen die van mijn grootmoeder zijn geweest, want dat was ook een echte handwerkster.

Nu maak ik dus mee wat anderen ook meemaakten wanneer ze bij het opruimen van het huis oude handwerkspulletjes van hun moeder tegenkomen. Soms krijg ik een mailtje waaruit blijkt dat mensen op internet op zoek zijn geweest naar een goed adres van iemand die spulletjes inkoopt. Omdat ze graag willen dat de spulletjes van hun moeder goed terechtkomen. Ik schreef altijd al terug dat ik het waardeerde dat ze die inzet hebben, en dat zulk spul niet zomaar bij het oud papier terechtkomt. Maar nu kan ik me er nòg meer bij voorstellen, omdat ik het zelf meemaak. Het is een heel aparte ervaring om hele oude handwerkspullen van je moeder tegen te komen. De ‘goede bestemming’ voor déze paparassen is natuurlijk nu eerst mijn eigen huis! Deze map wil ik nog wel een tijdje bewaren!

Laat wat van je horen en geef een reactie

Borduren op gekleurde ondergrond

Twee DMC-boekjes vol met vrolijke figuurtjes. Alle voorbeelden zijn weergegeven op gekleurde ondergrond en dat geeft een idee hoe een borduurwerkje eruit kan zien als je eens een àndere ondergrond dan wit gebruikt. Gekleurde handwerkstof is soms wat lastiger te verkrijgen maar als je wat kunt vinden dan geeft het een heel leuk resultaat!
Huppelende paarden, dansende mensen, zingende kindertjes, buitelende clowns, een tafereeltje van een vrouw die de was aan de lijn hangt: allemaal vrolijke voorstellingen. Deze twee Point de croix boekjes zijn voor m’n shop.

Laat wat van je horen en geef een reactie

Nog wat roosjes plukken

Met m’n broer en zussen ben ik een paar dagen bezig in ons ouderlijk huis. We ruimen veel op, maar we houden het ook nog gezellig. Zolang er rozen bloeien in de tuin, plukken we nog steeds telkens een paar takjes. Dan hebben we weer wat om naar te kijken als we hier samen zitten. We praten veel, eten samen, en doen van alles.
M’n zussen en ik hebben in de loop der jaren vaak borduurwerkjes voor onze moeder gemaakt. Die krijgt iedereen nu weer terug. Dit geborduurde roosje maakte m’n oudste zus al heel lang geleden. Het stond hier jarenlang, en nu wordt het weer meegenomen.

Lees reacties (2) of geef een reactie

Buitenlandse boeken haken

Hoe zouden al die buitenlandse haakboeken in Nederland terecht zijn gekomen? Geen idee, en ook niet belangrijk. Ze zijn er, en ze zijn interessant genoeg om in m’n shop te zetten. Een Duits boek met een overzicht van 800 steken om te haken en te breien. Een Fins boek Virkkausmalleja, wat ik doorbladerde en waarbij het me opviel dat de kleedjes een afwisseling laten zien van heel vaste rondjes en de wat lossere tussengedeeltes, zoals ook de voorkant van het boek laat zien. Het leuke boekje Prayer Shawls, wat benadrukt hoeveel warmte het geeft om een passende sjaal voor iemand te haken en te geven. En een Japans boekje wat een overvloed aan mooie haakmodellen laat zien. Vervolgens viel het me op dat het woord Crochet zowel Frans als Engels is; dat had ik me nog niet eerder gerealiseerd. Veel van deze boekjes hebben leuke haaktoepassingen die nèt wat anders zijn dan bij ons gebruikelijk was, zoals het Complete book of Crochet.

Alles bij elkaar laten deze boeken zien dat het haken gewoon internationaal is. Altijd al geweest.
Voor de haakpatronen maakt het niet uit of een boek niet Nederlands is. Hoogstens kun je de inleiding niet goed begrijpen, maar als de weergave van het patroon via de internationale haakschema’s gaat dan kun je deze boekjes prima gebruiken. Plaisir du crochet, daar gaat het om!

Laat wat van je horen en geef een reactie